MEER WETEN OVER HET LEVENSEINDE

Behandelingen om klachten te verlichten

 

Een arts kan verschillende behandelingen toepassen om pijn en andere klachten te verlichten. Voor welke behandeling hij kiest, hangt af van uw situatie.

  •   Palliatieve chemotherapie en radiotherapie

    Als u door kanker niet lang meer te leven heeft, kunt u soms last krijgen van pijn of benauwdheid. Met palliatieve chemotherapie of radiotherapie kan de arts uw ziekte niet genezen, maar soms wel deze klachten verlichten. Daar staat tegenover dat deze behandelingen heftige (voorbijgaande) bijwerkingen kunnen hebben. Of dat u er regelmatig voor naar het ziekenhuis moet.

  •   Symptoombestrijding

    Misselijkheid, braken, vermoeidheid, gebrek aan eetlust en verstopping van de darmen zijn veel voorkomende klachten in de palliatieve fase. Ook komen angsten en depressies voor. Deze klachten zijn vaak verbonden met de verwerkingsproblematiek rond het ziek zijn en het aanstaande sterven.

     

    Als de behandeling van deze klachten niet naar wens verloopt, kunnen artsen (of verpleegkundigen) contact opnemen met een consultatieteam palliatieve zorg. Deze teams geven advies over hoe de genoemde symptomen het best kunnen worden bestreden.

  •   Psychosociale begeleiding

    Ziekte en sterven zijn ingrijpende gebeurtenissen, die bij het leven horen. De meeste patiënten zijn goed in staat om ermee om te gaan, al dan niet samen met hun naasten. Maar er zijn ook situaties waarin het patiënten niet lukt om zich aan te passen aan de veranderende situatie. Is dat bij u het geval, dan kan psychosociale begeleiding helpen.

     

    Psychosociale begeleiding wordt verleend door gespecialiseerde hulpverleners, zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, psychologen en psychiaters. Zij bieden een luisterend oor en hebben aandacht voor u als mens, voor uw verdriet, voor de zorgen van uw naasten en voor de toekomst. Deze begeleiding kan u helpen om beter met de situatie te leren omgaan.

  •   Palliatieve sedatie

    Bij palliatieve sedatie geeft een arts medicijnen aan de patiënt, waardoor deze gaat slapen. Dit doet een arts als de patiënt in de laatste levensfaseveel pijn heeft, of het bijvoorbeeld erg benauwd heeft. En als het niet lukt om dit op een andere manier op te lossen. Doordat de patiënt slaapt, heeft hij geen last meer van de pijn of benauwdheid.

     

    Er zijn verschillende vormen van palliatieve sedatie:

    • Bij oppervlakkige sedatie ligt de patiënt te soezen. Hij is een beetje suf, maar maakt nog wel mee wat er om hem heen gebeurt.
    • Diepe sedatie lijkt op slapen. De patiënt maakt niet meer bewust mee wat er om hem heen gebeurt.
    • Tijdelijke sedatie is bedoeld om een patiënt tijdelijk rust te geven, bijvoorbeeld tijdens de nacht.
    • Bij continue sedatie wordt de patiënt niet meer wakker. Een arts kiest hier alleen voor als hij verwacht dat de patiënt binnen twee weken sterft. Hij eet en drinkt dan vaak zelf niet meer. Krijgt hij sondevoeding of een infuus? Dan stopt de arts hiermee, want dat gaat niet goed samen met sedatie.

     

    Als een patiënt in de laatste levensfase palliatief wordt gesedeerd en sterft, dan sterft hij niet door de sedatie zelf, of door een tekort aan vocht. De patiënt overlijdt door de ziekte die hij heeft. Het is een natuurlijk overlijden, waarbij de patiënt geen last meer heeft van pijn of benauwdheid.

     

    Wie beslist over palliatieve sedatie?

    De arts beslist of, en wanneer hij overgaat tot palliatieve sedatie. Als dat kan, moet hij hierover overleggen met u of uw vertegenwoordiger. Uw vertegenwoordiger of u kunt niet zelf kiezen voor palliatieve sedatie. In de praktijk gebeurt palliatieve sedatie meestal in goed overleg, zodat u en uw naasten weten wat er gebeurt en begrijpen wat het mogelijke vervolg kan zijn..

  •   Morfine

    Als u veel pijn heeft of erg benauwd bent, kan uw arts u morfine geven om de klachten te verlichten. Krijgt u veel morfine, dan kunt u daar soms een tijdje suf van worden. Bij ouderen en bij patiënten met een slecht werkende nierfunctie is er een verhoogd risico op verwardheid.

     

    Er bestaan veel misverstanden over morfine. Belangrijk om te weten is het volgende:

    • Morfine is niet bedoeld om een patiënt bewusteloos te maken.
    • Morfine verkort meestal niet het leven van een patiënt, ook niet als hij er hoge doseringen van krijgt. Voorwaarde is wel dat de doseringen zijn afgestemd op de mate van pijn of benauwdheid.
    • Morfine brengt het risico met zich mee dat een patiënt er afhankelijk van wordt. In dit geval is dat risico er niet, omdat de patiënt in zijn laatste levensfase is.
    • Morfine is niet het middel waarmee een arts palliatief sedeert. Het komt wel regelmatig voor dat een patiënt morfine krijgt tijdens de palliatieve sedatie. Dit gebeurt dan om pijn- of benauwdheidsklachten te bestrijden.

Praat op tijd over uw levenseinde

Leon Bouwels:

‘Het helpt om mensen bedenktijd te geven’

 

Lees meer

8

Leon Bouwels:

Het helpt om mensen bedenktijd te geven

 

Lees meer

Het helpt om mensen bedenktijd te geven