FLUID-HEADER

‘Gesprek over mijn levenseinde geeft vertrouwen’

Leonie de Jong (72) is gescheiden en heeft geen kinderen. Ze is twee keer geopereerd aan borstkanker en heeft COPD. Deze ziektegeschiedenis en het al op jonge leeftijd overlijden van haar vader en broer zette haar aan het denken over haar levenseinde.

 

‘In mijn ouderlijk huis rustte geen taboe op het onderwerp euthanasie. Mijn moeder besloot tijdens een ernstig ziekbed en een dreigende tweede amputatie dat ze naar huis wilde om te sterven. Hoewel ik mij goed voel en van alles onderneem, denk ik nu zelf na over welke behandelingen ik wel en niet meer wil ondergaan. En wanneer ik geen kwaliteit van leven meer ervaar.’

 

Reanimatie

‘In de periode dat ik borstkanker had, sprak ik met mijn inmiddels gepensioneerde huisarts over een hospice en over euthanasie. Recent heb ik mijn wensen en ideeën besproken met mijn longarts. Zij nam daar de tijd voor en dacht met mij mee. Ik vertelde haar dat ik niet als een kasplant zou willen leven en daarom niet gereanimeerd zou willen worden. Ze legde uit dat de risico’s van reanimatie sterk afhangen van de situatie. In bepaalde omstandigheden zou ik daar nog goed uit kunnen komen. Ze dacht met mij mee en bood aan om mijn wensen voor mij op papier te zetten, omdat ik dat zo lastig vond. Dat vond ik een geweldig aanbod.’

 

Wat is kwaliteit van leven?

‘Die wilsverklaring heb ik besproken met een vriendin. Door dat gesprek probeer ik concreter te maken wanneer ik geen kwaliteit van leven meer ervaar. Als er niets bijzonders meer gebeurt, zal ik waarschijnlijk als longpatiënt sterven. Bij voorkeur in een hospice, met een palliatieve behandeling en zo nodig met euthanasie bij een lange lijdensweg. Het helpt mij om hierover te lezen en te praten. Ik praat erover in een vergrijzingsgroep van de kerk en wil me aansluiten bij een gespreksgroep over het levenseinde.’

 

Houvast

‘De verklaring van de longarts was een houvast voor een gesprek met mijn ‘nieuwe’ huisarts. Je moet echt met je huisarts bespreken wanneer je wel en niet meer behandeld wilt worden. En of je en wanneer je euthanasie zou willen. Ik wilde weten of mijn huisarts dat wil en kan doen. Mijn huisarts gaf aan dat ze een andere arts zou inschakelen, als ze dat zelf te moeilijk zou vinden. Zo’n gesprek geeft vertrouwen in de toekomst. Dat mijn einde verloopt zoals ik dat ongeveer wil, ook wanneer ik zelf niet meer de regie heb.’

‘Het is voor dierbaren veel gemakkelijker, als ze weten wat ik wil’

Volmacht

‘Daarom wil ik via een levenstestament een jongere vriendin aanstellen die ik machtig om voor mij te beslissen volgens mijn wilsverklaring. Die wilsverklaring geef ik aan haar, de huisarts en de longarts. Ook met mijn ex-man, mijn familie en vriendinnen wil ik mijn wensen goed bespreken. Het is voor dierbaren veel gemakkelijker als ze weten wat ik zelf wil. Dan hoeven zij niet voor mij over een levensverlengende behandeling te beslissen. En krijgen we de ruimte om afscheid te nemen.’

 

‘Ik laat het allemaal nog wat bezinken, maar over een maand of drie heb ik het wel vastgelegd. Dan weet ik dat het goed is geregeld. Dat geeft mij een prettig en rustig gevoel.’

Tijdig praten over het levenseinde